Historie

Een beknopte geschiedenis van Kasteel Ooyen en zijn bewoners

Het enige gebouw in de voormalige gemeente Broekhuizen dat nog aan de tijd der heerlijkheden herinnert is Kasteel Ooijen. Het huis stamt uit de middeleeuwen, maar het valt te betwijfelen of er veel van het oorspronkelijke gebouw bewaard gebleven is. In het midden van de 17e eeuw werd een groot gedeelte van de gebouwen gesloopt, slechts een gedeelte werd herbouwd. Het gebouw is thans aanzienlijk kleiner dan voor de verbouwing in de 17e eeuw. Het huis met aansluitende gebouwen is nog voor ongeveer de helft omgracht. Onder zadel- en schilddaken bevindt zich het twee verdiepingen tellende woonhuis, dat in baksteen is opgetrokken. Te oordelen naar het zware metselwerk is de zuidvleugel het oudste deel.

Op de makelaars van de schilddaken zijn koperen windvanen uitbeeldend het alliantiewapen met een boerenzwaluw en een ongekroonde leeuw, van de familie Louwermans en Odenhoven. Ook in de 18e en 19e eeuw werd er veel aan het kasteel veranderd. Vele geslachten, in het genot van veel of weinig heerlijke rechten, hebben Kasteel Ooijen bewoond. Reeds in de 14e eeuw is een familietak van de van Broekhuizens heer van de halve heerlijkheid Ooijen. Het andere deel staat onder gezag van Cuyck. Als heren treffen wij aan in 1326 Godart Ruffaert en in 1439 Thierry en Fye van Wildenrade. In 1453 wordt Seger van Broekhuizen heer van de hele heerlijkheid. De heerschappij van de van Broekhuizens wordt rond 1550 enige tijd door de Boegels onderbroken en komt daarna weer gedurende een eeuw onder de van Broekhuizens.

Door huwelijk komt de heerlijkheid in 1632 in de familie Louwermans, vervolgens enige jaren aan de familie Ingen haeff, om in 1649 weer aan de Louwermans te komen. Na enige jaren onder de familie de Vits gestaan te hebben, wordt in 1719 de heerlijkheid verkocht aan Hendrik Ignatius Schenck van Nydeggen. De pas in 1673 gestichte heerlijkheid Broekhuizenvorst wordt door deze Hendrik in het jaar 1727 gekocht van de heren van Swolgen, de Flemings. Door deze koop komt er een einde aan de band die lange jaren tussen Swolgen en Broekhuizenvorst heeft bestaan. Tot 1763 blijft de familie Schenck van Nijdeggen in het bezit van Ooijen. Door huwelijk gaat het bezit over in de handen van Vrijheer Blanckart. Bij zijn dood gaan de bezittingen naar een nicht, Cunera F.C. Lambotte, die gehuwd is met J.A.A. Haffmans.

De familie Haffmans blijft, eerst in de rechte lijn en daarna de zijlijn, in het bezit van Kasteel Ooijen tot 1941. Van 1941 tot 1951 is de familie van Liebergen eigenaresse. In 1951 worden gebouwen en landerijen verkocht aan de familie Hermans uit Broekhuizenvorst. De heer Hermans die een landbouwbedrijf uitoefent legt een camping aan. De heer Nijhuis koopt in 1975 de gebouwen en een aantal hectaren land waarop de camping is gevestigd. Het kasteel staat sinds 1968 op de monumentenlijst, nadat het reeds lange tijd op de voorlopige monumentenlijst was geplaatst. Aanvankelijk was het kasteel de campingbeheerder gehuisvest en wel tot 1980. Nadien hebben door het dak binnendringende hemelwater en andere weersinvloeden zoals het hoge maaswater zeer desastreuze gevolgen voor het gehele gebouw gehad.